Een vogel vertelt, de meerkoet
Hallo allemaal!
Op een rustige dag laat in deze zomer ben ik samen met zeven broertjes en zusjes uit mijn ei gekropen in het nest aan de beschutte oever van een stadsvijver. Mijn broertjes en zusjes doken allemaal achter mijn ouders aan het water in, maar ik was nieuwsgierig wat er eigenlijk aan de kant van het gras te doen was en klom de kant op. Al snel was ik verdwaald, zielig ging ik toen zachtjes zitten piepen om de hulp van mijn ouders.
Een mens die zijn hond aan het uitlaten was vond mij. Hoewel hij een hele poos zijn best deed mijn ouders te vinden, zag hij ze nergens zwemmen. Waarschijnlijk zaten ze tussen de oeverplanten verscholen, want ik weet heel zeker dat ze wel in de vijver zaten. De man besloot voordat het misschien slecht met mij zou aflopen mij toch maar naar het vogelasiel te brengen.
Ik vond het ontzettend eng, die grote mensenhanden. Ik was zo zenuwachtig dat het een hele dag duurde voordat ik begreep dat de mensen in het asiel mij alleen maar wilden helpen. In een warm hok kon ik elk uur lekker genieten van kleine stukjes vis en andere lekkernijen die ze mij via een stokje aanboden. Ook kon ik van allerlei bakjes voer proberen om zelf lekker te gaan eten.
Ik was wel erg eenzaam, ik had alleen een spiegeltje en een knuffel om mij gezelschap te houden.Na een week kwam er nog een verdrietige meerkoet het asiel binnen, die ook zijn ouders was verloren. Nu konden we samen opgroeien en waren we gelukkig niet meer alleen.
Ik vond het ontzettend eng, die grote mensenhanden. Ik was zo zenuwachtig dat het een hele dag duurde voordat ik begreep dat de mensen in het asiel mij alleen maar wilden helpen. In een warm hok kon ik elk uur lekker genieten van kleine stukjes vis en andere lekkernijen die ze mij via een stokje aanboden. Ook kon ik van allerlei bakjes voer proberen om zelf lekker te gaan eten.
Ik was wel erg eenzaam, ik had alleen een spiegeltje en een knuffel om mij gezelschap te houden.Na een week kwam er nog een verdrietige meerkoet het asiel binnen, die ook zijn ouders was verloren. Nu konden we samen opgroeien en waren we gelukkig niet meer alleen.
Inmiddels eten we zelf en hoeven we niet meer gevoerd te worden van een stokje. Nog steeds vinden we mensen groot en griezelig, maar ik ben ze toch een heel klein beetje gaan vertrouwen. Binnenkort zijn wij tweeën groot genoeg om voor onszelf te zorgen en dan mogen we in vrijheid leven. We worden dan losgelaten op een grote plas waar veel riet omheen staat, waar we ons dan kunnen verstoppen.
Ik kan haast niet wachten tot het zover is!
Een vogel vertelt, de koekoek
Hallo allemaal!
Koekoeken staan zeker niet bekend als hardwerkende, verzorgende ouders. Het tegendeel is waar. Alle moedervogels leggen hun ei in de nesten van andere vogels, zodat ze er zelf niet voor hoeven te zorgen! Mijn moeder had haar ei gelegd in een nest van een kleine karekiet, een zangvogel met haar nestje in het riet. Zij merkte het niet eens op dat er een veel groter ei in haar nestje lag. Mijn ei had dezelfde kleur als de karekieteitjes dus zij broedde het gewoon uit.
Koekoeken staan zeker niet bekend als hardwerkende, verzorgende ouders. Het tegendeel is waar. Alle moedervogels leggen hun ei in de nesten van andere vogels, zodat ze er zelf niet voor hoeven te zorgen! Mijn moeder had haar ei gelegd in een nest van een kleine karekiet, een zangvogel met haar nestje in het riet. Zij merkte het niet eens op dat er een veel groter ei in haar nestje lag. Mijn ei had dezelfde kleur als de karekieteitjes dus zij broedde het gewoon uit.
Ik zorgde ervoor om als eerste uit het ei te kruipen en begon toen snel aan een zwaar karwei: ik moest de andere eitjes uit het diepe komvormige nestje duwen. Als ik dat niet deed zou ik alle aandacht en al het voedsel moeten delen en zou ik nooit een grote koekoek kunnen worden.
Gelukkig had de kleine karekiet niet door dat ik onmogelijk haar kleintje kon zijn en kreeg ik de onverdeelde zorg en aandacht. IJverig werd er af en aan gevlogen met insecten en werd het nestje schoon gehouden. Ik paste al snel niet meer in het kleine nestje maar werd nog steeds goed gevoerd! Ik ben erg dankbaar voor die goede zorg van mijn pleegouders. Ze hebben het zo goed volgehouden dat ik later ook mijn eitjes toe durf te vertrouwen aan zulke ijverige zorgzame vogeltjes.
Ik ben al een poosje uitgevlogen en zorg nu voor mijzelf. Ik heb nog wel een klein ongelukje gehad. Ik zag het raam dat ineens voor mijn snavel opdoemde niet en zat een poosje duizelig op de grond. In het vogelasiel mocht ik even van mijn hoofdpijn bijkomen daarna werd ik snel weer losgelaten. Ik zit nu in een plekje in de natuur waar een koekoek zoals ik zich lekker verstopt. Je zult me niet snel zien maar horen kun je me wel, want ik roep gewoon mijn eigen naam: koe-koek!
Een vogel vertelt, jonge kauw
Hallo allemaal!
Onze ouders hadden een mooie en stevige ruimte gevonden met een smalle ronde ingang om ons nestje in te bouwen. De eerste weken nadat we in ons nest uit ons ei gekropen waren, was er voor ons jonge kauwtjes niets aan de hand. We werden regelmatig van voedsel voorzien en groeiden met de dag groter en sterker op. Vrolijk kletsend en roepend naar onze ouders voor het eerste lekkere hapje brachten we onze dagen door.
Onze ouders hadden een mooie en stevige ruimte gevonden met een smalle ronde ingang om ons nestje in te bouwen. De eerste weken nadat we in ons nest uit ons ei gekropen waren, was er voor ons jonge kauwtjes niets aan de hand. We werden regelmatig van voedsel voorzien en groeiden met de dag groter en sterker op. Vrolijk kletsend en roepend naar onze ouders voor het eerste lekkere hapje brachten we onze dagen door.
Op een dag werden mijn drie nestgenootjes en ik echter opgeschrikt door een verontrustend gebons. Hoewel we wel gewend waren aan menselijke geluiden, waren ze nu toch wel erg veel lawaai aan het maken in de buurt van ons holletje. De mensen waren aan het verbouwen aan hun schoorsteen en ons nestje zat er middenin.
We schrokken ons een hoedje toen ineens ons veilige nestje in elkaar zakte. De bouwmensen schrokken ook en voelden zich best wel schuldig tegenover ons en onze ouders. Ze hebben ons snel naar het vogelasiel gebracht, zodat we in ieder geval toch nog veilig groot konden worden.
Inmiddels zijn we allemaal flink gegroeid in het vogelasiel. Ik mis mijn ouders wel, maar ik heb in de volière in het vogelasiel veel vrienden kunnen maken. Ze hebben allemaal een ander verhaal over hoe ze in het vogelasiel terecht zijn gekomen, maar de onze was toch wel heel bijzonder. Als we allemaal goed kunnen vliegen, mogen we vrij. We hebben afgesproken dat we dan gezellig bij elkaar in de buurt blijven!
Een vogel vertelt, de merel
Hallo allemaal!
Al vroeg in de ochtend waren mijn ouders af en aan aan het vliegen om ons van de beste wormen en lekkere insecten te voorzien, toen het gebeurde...
terwijl ik nietsvermoedend door de tuin heen hipte, kwam er een enorme kat op mij af die mij een flinke mep met haar pootje verkocht. De kat zag mij als een soort interessant speelgoed, want zodra ik bewoog sprong ze weer bovenop mij. Ik ben nog nooit zo bang geweest! Ik heb mij toen heel erg stil gehouden maar de kat nam mij toch in haar bek en bracht mij als cadeautje naar de mensen met wie zij samenwoonde.
terwijl ik nietsvermoedend door de tuin heen hipte, kwam er een enorme kat op mij af die mij een flinke mep met haar pootje verkocht. De kat zag mij als een soort interessant speelgoed, want zodra ik bewoog sprong ze weer bovenop mij. Ik ben nog nooit zo bang geweest! Ik heb mij toen heel erg stil gehouden maar de kat nam mij toch in haar bek en bracht mij als cadeautje naar de mensen met wie zij samenwoonde.
Gelukkig waren die mensen niet blij met vogeltjes om op te eten en brachten mij naar het vogelasiel. Ze schaamden zich een beetje over het gedrag van hun kat; "sorry, maar mijn poes heeft een vogeltje gepakt" hoorde ik ze toen zeggen. De mensen van het vogelasiel vroegen of de kat wel een belletje droeg, om de vogels te waarschuwen wanneer de kat eraan komt. Helemaal fijn zou zijn als de kat binnen gehouden kon worden natuurlijk. De kattenbaasjes beloofden hun kat zeker een bel om te binden! De kat af te leren dat hij naar buiten mocht om vogeltjes te vangen werd toch wel een beetje ingewikkeld, maar ze gingen het zeker proberen op de belangrijkste voeder uren van de vogels, de vroege ochtend.
Een vogel vertelt, een gedicht
Hallo allemaal!
Ik vertel deze maand geen verhaal;
ik mag een mooi geschonken gedicht met jullie delen.
Toen ik nog niet geboren was heeft Clinge Doorenbos het al geschreven en ik vind het nog steeds erg toepasselijk !
LAAT ZE MET RUST!
Kijk, Vader en Moeder zijn druk aan het bouwen:
Zie eens hoe ze werken en zwoegen en sjouwen!
Met takjes en twijgjes, een veertje, een pluisje,
Héél hoog in de boom komt een aardig klein huisje.
Nu hebben z'een ogenblijk rust met hun beidjes
Want klaar is het nestje met vier kleine eitjes,
De Moeder bedekt ze en warmt ze zorgvuldig,
En Vader wacht af------------en hij wordt ongeduldig.
Ha! Vader en Moeder zijn druk met hun kinders:
Ze zoeken insecten en larven van vlinders;
Zie eens, hoe ze héél de dag zorgen tezamen
Met zorgen, die sommige mensen beschamen............
Och- Vader en Moeder, zo pas nog zo fleurig,
Ze zitten daar eenzaam en triestig en treurig:
Ze hebben het liefst wat ze hadden verloren:
Een dappere jongen kwam 't nestje verstoren.
Zeg jongen, toen jij in je wieg lag te dromen,
Verbeeld je, dat daar eens een reus was gekomen
Een ruwe hand jou uit de wieg had getrokken
Wat had jij geschreeuwd! En wat was jij geschrokken.
Kijk, Vader en Moeder zijn druk aan het bouwen:
Zie eens hoe ze werken en zwoegen en sjouwen!
Met takjes en twijgjes, een veertje, een pluisje,
Héél hoog in de boom komt een aardig klein huisje.
Nu hebben z'een ogenblijk rust met hun beidjes
Want klaar is het nestje met vier kleine eitjes,
De Moeder bedekt ze en warmt ze zorgvuldig,
En Vader wacht af------------en hij wordt ongeduldig.
Ha! Vader en Moeder zijn druk met hun kinders:
Ze zoeken insecten en larven van vlinders;
Zie eens, hoe ze héél de dag zorgen tezamen
Met zorgen, die sommige mensen beschamen............
Och- Vader en Moeder, zo pas nog zo fleurig,
Ze zitten daar eenzaam en triestig en treurig:
Ze hebben het liefst wat ze hadden verloren:
Een dappere jongen kwam 't nestje verstoren.
Zeg jongen, toen jij in je wieg lag te dromen,
Verbeeld je, dat daar eens een reus was gekomen
Een ruwe hand jou uit de wieg had getrokken
Wat had jij geschreeuwd! En wat was jij geschrokken.
m.m.v. www.clingedoorenbos.com
Een vogel vertelt, de Turkse Tortel show
Hallo allemaal !
Op donderdag 17 maart kwamen kinderen van kinderopvang Lisa Dak op bezoek bij het vogelasiel waar ik sinds een paar weken te gast ben. Vijfentwintig kinderen hadden in hun rugzakken doeken meegenomen waarmee de mensen van het vogelasiel de voerbakjes kunnen schoonmaken. Er zaten ook doeken bij waarop wij vogels lekker warm kunnen zitten. De kinderen hadden tijdens een winterfeest van alles in elkaar geknutseld en verkocht voor het vogelasiel. Totaal hadden ze wel 178,05 euro verzameld! Als dank voor al hun moeite kregen zij van de mensen van het vogelasiel limonade en een kleine rondleiding in het asiel.
Ik was dit voorjaar een van eerste jonge vogels in het asiel en werd door een medewerkster uit mijn hokje gehaald om te laten zien hoe knap ik ben.
Ik was dit voorjaar een van eerste jonge vogels in het asiel en werd door een medewerkster uit mijn hokje gehaald om te laten zien hoe knap ik ben.
Zittend op de vinger ging ik een heel klein beetje met mijn vleugels bibberen en ging ik zachtjes piepen. De kinderen moesten allemaal een beetje lachen om dat bedelgedrag wat ik ze liet zien. Ik vond dat het daarna tijd werd voor een echte show, ik strekte mijn vleugels en begon voorzichtig fladderend aan mijn eerste vlucht. Iedereen was erg verbaasd, dit had niemand verwacht! Ik vloog een klein rondje en ging toen bovenop de kooien zitten, om mijn publiek van bovenaf te kunnen bekijken. Dat gaf wel een fijn gevoel, zoveel vrijheid. De medewerkster van het vogelasiel vond het ook wel leuk dat ik al een beetje kon vliegen, maar vond dat ik toch wel terug in mijn hokje moest.
Als ik wat groter ben en echt goed kan vliegen, mag ik vrij.
Ik voelde mij toch wel enorm bewonderd door deze vriendelijke kinderen. Namens alle vogels in het asiel wilde ik iedereen heel hartelijk bedanken voor het werk wat ze voor de vogels hebben gedaan!
Ik voelde mij toch wel enorm bewonderd door deze vriendelijke kinderen. Namens alle vogels in het asiel wilde ik iedereen heel hartelijk bedanken voor het werk wat ze voor de vogels hebben gedaan!
Een vogel vertelt, de halsbandparkiet
Hallo allemaal !
Vooral nu af en toe het zonnetje lekker begint te schijnen, vliegen mijn vrienden en ik soms in een vrolijke bui in het rond. We proberen dan de mooiste bochten en draaien te maken terwijl we achter elkaar aan jagen. Van plezier roepen en schreeuwen we dan naar elkaar hoe leuk we het hebben.Twee weken geleden waren we ook weer zo gezellig aan het spelen. Ik was zo op aan het gaan in ons spel dat ik vergat om op te letten. We waren in een tuin bomen en struiken aan het ontwijken en ik zag te laat dat er een raam ineens in de weg stond.
Met een duizelingwekkende vaart vloog ik tegen dat raam aan. Ik was een poosje helemaal van de wereld, ik zag sterretjes en had vreselijke hoofdpijn. Toen de mensen mij zo zagen zitten in hun tuin, hebben ze me naar het vogelasiel gebracht.
Met een duizelingwekkende vaart vloog ik tegen dat raam aan. Ik was een poosje helemaal van de wereld, ik zag sterretjes en had vreselijke hoofdpijn. Toen de mensen mij zo zagen zitten in hun tuin, hebben ze me naar het vogelasiel gebracht.
Ik had gelukkig niets gebroken dus lieten de mensen van het vogelasiel mij verder rustig bijkomen in een zo donker mogelijke kooi. Ik heb daar veel geslapen en na een paar dagen voelde ik mijn hoofdpijn weggaan. Elke dag kreeg ik wat zonnebloempitjes, een bakje water en een lekker stukje appel. Die heb ik met smaak gegeten. In de natuur eet ik zoveel mogelijk verschillende soorten vruchten en zaden om gezond te blijven. Toen mijn hoofdpijn over was, hebben de mensen van het vogelasiel mij weer vrijgelaten. Ik ben op zoek gegaan naar mijn vrienden en vlieg nu weer volop samen met hun in het rond.
Dat vogels ramen niet op tijd zien komt doordat er in de natuur geen ramen bestaan. De mensen kunnen er wat aan doen door stickers in de vorm van een vogel te plakken op het raam. Dan proberen wij vogels dat andere op een vogel lijkend ding te ontwijken en vliegen we snel de andere kant op.
Dat scheelt ons een hoop hoofdpijn!
Een vogel vertelt, de nijlgans
Hallo allemaal!
Omdat wij vroeger niet in Nederland voorkwamen maar nu wel hier wonen noemen mensen ons exoten. Oorspronkelijk woonden wij nijlganzen allemaal in Afrika, bij de rivier de Nijl. Toen Europese mensen ons 300 jaar geleden zagen vonden zij ons zo mooi dat ze een aantal van ons mee hebben genomen naar huis, om ons in gevangenschap te kunnen bewonderen.
Nu leven er in Europa al zoveel nijlganzen in het wild, dat we er al helemaal bij horen.
Het nadeel van deze verhuizing van vroeger is wel dat onze nijlgans-ouders ook in december eieren leggen en die uitbroeden. Dat zit gewoon in onze natuur. In Afrika konden onze voorouders dat wel altijd, maar hier is het dan gewoon te koud voor kleine kuikentjes.
Het nadeel van deze verhuizing van vroeger is wel dat onze nijlgans-ouders ook in december eieren leggen en die uitbroeden. Dat zit gewoon in onze natuur. In Afrika konden onze voorouders dat wel altijd, maar hier is het dan gewoon te koud voor kleine kuikentjes.
Ons eigen verhaal begint op een koude winterdag. We waren nog maar een dag oud en moeder kon ons zelfs niet onder haar vleugels warm houden. Mensen die het zielig voor ons vonden dat we zo zaten te bibberen in de sneeuw hadden ons toen gevangen en brachten ons naar het vogelasiel. Onze ouders waren wel erg boos en bezorgd, want die wisten niet dat we er de rest van de winter zo warm en goed verzorgd bij zouden zitten. Onze ouders zijn hele sterke en brutale vogels die heel goed voor hun kinderen willen zorgen. Als mensen in de buurt van ons nest komen, dan komt vader om ze weg te jagen met een sissend geluid.
In het vogelasiel werden we vertroeteld, we kregen steeds een bak vers water en er stond altijd eten voor ons klaar. Ook kregen we een lekkere warme lamp waar we met zijn drieën onder konden zitten.
In het vogelasiel werden we vertroeteld, we kregen steeds een bak vers water en er stond altijd eten voor ons klaar. Ook kregen we een lekkere warme lamp waar we met zijn drieën onder konden zitten.
We zijn nu al bijna twee maanden oud en krijgen al onze echte grote vogel veren. We hebben nu een groot bad met alle ruimte eromheen tot onze beschikking. Als ons verenkleed helemaal af is en er buiten genoeg voedsel voor ons te vinden is, dan mogen we vrij.
We kunnen haast niet wachten tot het zover is!
We kunnen haast niet wachten tot het zover is!
Een vogel vertelt, de knobbelzwaan
Hallo allemaal !
Mijn jeugd heb ik vol tevredenheid in een goedgevulde sloot met kroos doorgebracht. De heerlijke groene waterplantjes konden niet op. Ik en mijn broertjes en zusjes groeiden erg goed, zoals jonge zwanen dat horen te doen. Al dat eten en groeien zorgden ervoor dat toen het buiten kouder werd en de waterplantjes niet meer zo hard groeiden, langzaam maar zeker het voedsel in de sloot opraakte. Mijn ouders begonnen ons een beetje chagrijnig weg te jagen, want wij waren inmiddels al zo groot, dat wij maar eens voor onszelf moesten gaan zorgen.
Het moment was voor mij aangebroken om op eigen vleugels te gaan. Na een lange aanloop was ik in de lucht en besloot ik op zoek te gaan naar een grote plas water. Ik dacht een mooie brede sloot gevonden te hebben en wilde hierin landen, maar zag te laat dat dit eigenlijk een breed glimmend wegdek was. Je kunt je wel voorstellen hoe hard die landing geweest moet zijn. Het deed zeer in al mijn botten en ik was er zelfs een beetje duizelig van. Ik lag daar op het midden van die weg op een hele gevaarlijke plek. Binnen de kortste keren stonden er een heleboel mensen om mij heen. Door mijn angst probeerde ik die weg te jagen door een beetje te blazen en te dreigen, maar dat hielp niets. Mensen van de dierenambulance haalden mij daar weg en brachten mij naar het vogelasiel.
Eenmaal in het vogelasiel werd ik helemaal nagekeken en zetten zij mij in een ruimte waar ook andere jonge soortgenoten zaten. Nadat ze een bak brood voor mijn snavel hadden gezet lieten ze mij lekker met rust. Ik kon eindelijk goed eten en uitrusten, na een paar dagen voelde ik me weer helemaal de oude.
Eenmaal in het vogelasiel werd ik helemaal nagekeken en zetten zij mij in een ruimte waar ook andere jonge soortgenoten zaten. Nadat ze een bak brood voor mijn snavel hadden gezet lieten ze mij lekker met rust. Ik kon eindelijk goed eten en uitrusten, na een paar dagen voelde ik me weer helemaal de oude.
De mensen van het asiel zagen dit en besloten mij samen met wat soortgenoten, die inmiddels vrienden van mij waren geworden, vrij te laten op een grote plas aan de rand van de stad, waarvandaan ik mijn eigen weg weer kon vinden. Als jouw voerbak steeds gevuld wordt zodra je die leeg hebt gegeten, als je vrij wordt gelaten als je je weer beter voelt, dan ga je als zwaan toch anders over mensen denken. De mensen, heb ik besloten, die zijn zo slecht nog niet.
Een vogel vertelt, de zilvermeeuw
Hallo allemaal!
Ik was nog een hele jonge zilvermeeuw toen ik van het dak afgefladderd was en midden in een drukke straat terecht was gekomen. Omdat ik nog niet zo goed kon vliegen heeft een bezorgd mens mij toen gered van het langsrazende verkeer en naar het vogelasiel gebracht.
In het vogelasiel had ik het prima naar mijn zin. Ik zat daar tussen een heleboel soortgenoten van mijn leeftijd, die ook allemaal iets spannends meegemaakt hadden voordat ze naar het asiel gebracht waren. Er zaten ook volwassen zilvermeeuwen bij, die ons al snel lieten zien dat de aangeboden visjes prima te eten waren. Elke dag kregen we een heerlijk fris waterbad, waarin we dankbaar badderden. Vooral het vullen van het bad was leuk, dan konden we spelen door in de waterstraal te happen. In de ruime volière oefende ik dagelijks mijn vleugels en ik werd elke dag sterker.
Ik was nog een hele jonge zilvermeeuw toen ik van het dak afgefladderd was en midden in een drukke straat terecht was gekomen. Omdat ik nog niet zo goed kon vliegen heeft een bezorgd mens mij toen gered van het langsrazende verkeer en naar het vogelasiel gebracht.
In het vogelasiel had ik het prima naar mijn zin. Ik zat daar tussen een heleboel soortgenoten van mijn leeftijd, die ook allemaal iets spannends meegemaakt hadden voordat ze naar het asiel gebracht waren. Er zaten ook volwassen zilvermeeuwen bij, die ons al snel lieten zien dat de aangeboden visjes prima te eten waren. Elke dag kregen we een heerlijk fris waterbad, waarin we dankbaar badderden. Vooral het vullen van het bad was leuk, dan konden we spelen door in de waterstraal te happen. In de ruime volière oefende ik dagelijks mijn vleugels en ik werd elke dag sterker.
Het leven was gemakkelijk in het vogelasiel maar ik voelde me niet vrij. Ik droomde vaak van de zee, hoe die eruit zou zien en hoe vrij het zou voelen om over de duinen te vliegen. Tot op een dag tot mijn verbazing mijn droom in vervulling ging. Het begon een beetje vervelend, ik werd gevangen en in een doos gestopt. Maar na een korte autorit werd de doos geopend en kon ik mijn geluk niet op. Ik vloog langs de duinen omhoog en zag eindelijk de wijde en golvende zee! De zachte wind duwde mij onder mijn vleugels nog hoger de lucht in. Zwevend keek ik gelukkig in het rond. Er waren verderop nog veel meer meeuwen te zien in de lucht en op het strand, het was allemaal nog mooier dan in mijn mooiste dromen. Hier voelde ik mij thuis.
Als je goed kijkt wanneer je op het strand bent, dan kun je me zien zweven in de lucht of zachtjes zien deinen op de golven. Ik ben dan de allertevredenste zilvermeeuw die er langs de kust te vinden is.
Als je goed kijkt wanneer je op het strand bent, dan kun je me zien zweven in de lucht of zachtjes zien deinen op de golven. Ik ben dan de allertevredenste zilvermeeuw die er langs de kust te vinden is.
Een vogel vertelt, Koos
Hallo allemaal!
Een paar jaar geleden was ik als klein reigertje uit mijn nest gevallen. Hongerig en ongeduldig was ik op het randje van mijn nest gaan staan, op de uitkijk naar mijn ouders. Tot mijn grote schrik was ik uit onze enorme hoge boom met een smak op de grond gevallen.
Bont en blauw werd ik bibberend op de grond door mensen gevonden en snel naar het vogelasiel toe gebracht. Daar hebben die bijzondere wezens mij elke dag van verse visjes voorzien, zoveel als mijn hartje begeerde. Langzaam maar zeker werd ik een grote gezonde reiger. Op een dag klemde een van die mensen een rond metalen voorwerp rond mijn pootje, die ze voorzien hadden van cijfers en letters. Daarna lieten zij mij vrij.
Eenmaal buiten was ik erg blij uit het asiel bevrijd te zijn, maar toch ging ik vaak terug. Voor de deur werden namelijk regelmatig wat restantjes vis voor de vrije vogels neergezet. Omdat de mensen van het vogelasiel mij zo vaak zagen hebben ze me de jongensnaam Koos gegeven. Dat terwijl ik eigenlijk een vrouwtje ben! Ik leefde zo heerlijk mijn eigen leventje en had zelfs een maatje gevonden waarmee ik een nest heb gebouwd.
Er ging toen ik mijn eerste eitjes wilde leggen in het nest, wel weer wat mis. Één eitje zat me zo dwars dat ik met ontzettende buikpijn op de bodem van het park ging liggen.
Zoals je misschien al kunt raden, werd ik weer opgeraapt en op een holletje naar het vogelasiel gebracht. De mensen waren allemaal verrast mij weer te zien, ze herkenden mij aan de ring rond mijn pootje. Ze waren vooral verbaasd omdat ik een vrouwtje bleek te zijn, mannetjes kunnen natuurlijk geen eitjes leggen.
Met een warme lamp en een bak vis voor mijn neus is het me met een beetje hulp na enkele dagen toch gelukt mijn ei te leggen. Ik kon daardoor gelukkig weer vrijgelaten worden.
Ik ga nog steeds dagelijks kijken of er lekkere vis staat voor het vogelasiel.
Dat men me nog steeds Koos noemt, vind ik geen probleem. Het belangrijkste vind ik dat ze visjes blijven geven. En als er geen vis staat, loop ik gewoon naar binnen om de mensen te laten zien dat ze me vergeten zijn!
Een vogel vertelt, houtduif
Hallo allemaal !
De meeste vogelouders leggen in de lente hun eieren, maar mijn ouders doen daar niet aan mee. In elk seizoen is er voor ons wel eten te vinden. Onze kropjes worden vaak gevuld met brood, strooivoer en ander lekkers wat mensen graag aan ons voeren. Heel soms zijn er in de winter houtduivenouders die proberen hun kinderen groot te brengen maar dan is het natuurlijk veel te koud.
Er zijn ook nadelen om in de herfst te moeten opgroeien, het regent vaak en het waait soms erg hard. Twee weken geleden waaide het ook hard en het regende dikke druppels. Het waaide zo enorm dat de takken allemaal dezelfde kant op wezen. Het zal jullie dan ook niet verbazen dat ik, hoewel ik enorm mijn best deed, niet op mijn nest kon blijven zitten. De wind blies me er zomaar uit. Met een bons kwam ik op de grond terecht. Gelukkig had ik niets gebroken, maar wat moest ik doen? Ik bleef stilletjes maar een beetje afwachten wat er ging gebeuren.
Het was de volgende dag veel aangenamer weer maar ik voelde me moe en hongerig. Er liepen allemaal katten naar mij te loeren en mensen waren druk bezig de katten te verjagen. Door al die drukte durfde mijn ouders niet naar beneden te komen om mij te voeren. De mensen hebben toen maar besloten om mij naar het vogelasiel te brengen. Daar waren tenminste geen katten, het was er warm en droog en daar kreeg ik drie keer per dag een lekkere krop vol voer.
Nu ben ik alweer twee weken groter gegroeid en ik mis mijn ouders nog wel een beetje. Het is toch anders om steeds door mensenhanden gepakt te worden, als je voer in je krop nodig hebt. Er is mij verteld dat ik vrij mag als ik goed zelf kan eten en vliegen.
Ik denk dat ik daarom binnenkort maar eens ga proberen om zelf zaadjes te gaan eten !
Een vogel vertelt, kuifeendje
Vorige maand zijn mijn broertjes, zusjes en ik onze moeder kwijtgeraakt. Ze wilde naar de sloot aan de andere kant van de weg toelopen toen plotseling er een razend monster, een auto genaamd, voorbij kwam en tegen haar aanbotste. Het leek alsof ze ineens heel diep in slaap was. Ik vond het heel raar en ik zag dat mijn broertjes en zusjes ook niet zo goed wisten wat ze ervan moesten denken.
Hoe lang we daar aan de kant van de weg hebben staan kijken, weet ik niet meer maar ik weet nog wel heel goed dat er ineens een andere auto bij ons in de buurt stopte. Het was een dierenambulance en er kwam een mens uit. Hij kwam naar ons toe, ving ons snel allemaal met een netje en zette ons in een doos.
Vanaf dat moment waren we allemaal een beetje van slag, stilletjes kropen we dicht tegen elkaar aan. We voelden dat de doos werd opgetild en ergens naartoe gedragen werd, wat zou er met ons gaan gebeuren?
Nadat we wat heen en weer gewiebeld waren in de dierenambulance kwamen we in het vogelasiel terecht. We werden één voor één uit de doos gehaald en tussen allemaal soortgenootjes neergezet, die ook hun moeder waren kwijtgeraakt. Gelukkig hadden we elkaars gezelschap nog. Eerst waren we wel nog een beetje bang maar toen we zagen dat de andere kuifeendjes het helemaal niet zo eng vonden, werden we een beetje geruster. Er stond een bak met lekker eten en een verse bak water voor ons klaar. Een heerlijke warme lamp zorgde ervoor dat we het niet koud zouden krijgen.
Inmiddels zijn we nu alweer wat 'groter gegroeid' en onze grote eendenveren komen al langzaam door. Vorige week hebben de mensen ons in de buitenlucht gezet, in een volière met een lekker groot bad erin. We vonden in de volière van de boom afgevallen blaadjes, waar we heerlijk mee hebben gespeeld. In het grote bad met water kunnen we ervoor zorgen dat we waterdicht worden. Met onze snavel halen we dan vet van onze stuitklier af die vlak boven onze staartjes zit. Zorgvuldig smeren we met dat vet al onze veertjes in. Straks rollen daardoor de waterdruppels gewoon van ons af en blijft ons lijf lekker warm en droog.
Als de mensen van het vogelasiel ons groot genoeg vinden, worden wij door hen teruggebracht naar de natuur. Ik vind het nog steeds wel griezelig, die grote mensen, maar het is toch wel fijn dat ze voor ons gezorgd hebben toen wij nog te klein waren om het zelf te redden.
Als de mensen van het vogelasiel ons groot genoeg vinden, worden wij door hen teruggebracht naar de natuur. Ik vind het nog steeds wel griezelig, die grote mensen, maar het is toch wel fijn dat ze voor ons gezorgd hebben toen wij nog te klein waren om het zelf te redden.

